Mei 2020 – Telefoon

Telefoon

 

‘Ben gelukkig niet misselijk meer.’ Nelleke zucht diep. Alsof ze de herinnering aan de misselijkheid weg wil blazen. ‘Vorige week was het erg. Nou, nou,’ ze schudt haar hoofd en kijkt me indringend aan, ‘zo erg…, dan hoeft het voor mij niet meer hoor.’ Haar donkere bril en bleke huid, net zo’n contrast als voor en na de andere medicatie tegen de misselijkheid. ‘Blijf nog steeds moe en lig bijna de hele tijd. Ik houd bezoek nu ook wat af, maar…,’ ze kijkt me nu olijk, bijna ondeugend aan en gooit haar been kaarsrecht de lucht in op een manier die ik haar niet nadoe, ‘voel me fit genoeg om in bed wat oefeningen te doen.’ Ik zit naast haar bed en ben blij toe.

Sinds enkele weken weet ze van de kanker in haar buik. En dat ze hieraan gaat overlijden. ‘Denk je … nog een paar jaar en dan richting pensioen… en dan opeens… ga je richting ‘t hospice.’ Ze vertelt nuchter en ontspannen tegelijk. ‘Ik had vorige week echt een steen op mijn borst, ik ging naar Bardo… Voelde zo zwaar. Je zult het wel niet geloven, maar ik stap hier de drempel over en het is weg.’ Ze zwaait haar armen om zich heen. ‘De entourage hier, zo mooi en verzorgd. En niet meer misselijk.’

‘Ik heb een kort maar mooi leven gehad’. Ze neemt me mee in de tijd. Haar werk in het bankwezen, ‘me veel te afstandelijk’. Een eigen bedrijf met 250 man personeel opgebouwd en weer verkocht. Als interieurstyliste huizen een metamorfoses gegeven. ‘En toen in Schoterhof gaan werken, een verzorgingshuis. Ik wilde mijn laatste jaren iets voor anderen doen, heb altijd al iets met ouderen gehad’. Ze is nu echt op dreef. ‘Ik zorgde voor de voeding. Met kleine dingen een groot verschil maken. Gewoon het eten iets anders neerleggen, er iets moois van maken, bijdragen aan het welzijn van anderen.’

Ze wijst naar de kast naast haar bed. Papier puilt uit een boek, de kaft bolt op. ‘Allemaal brieven, tekeningen en wat niet nog meer van mensen van werk, bewoners en collega’s. Heb blijkbaar wel iets goed gedaan.’ Ze klinkt haast verbaasd. En alsof ze de vraag in mijn gedachte al heeft gehoord licht ze toe. ‘Wat je moet zijn, is jezelf. Als je open staat voor de ander, ben je een fijn mens. Als je jezelf bent, kun je ook kritiek hebben. En…,’ ze kijkt me diep in de ogen, ‘… met kritiek moet een mens ook wel wat doen. Dan ontstaat er wisselwerking.’ Ik laat het op me inwerken. Nelleke pakt haar draad weer op. ‘M’n huisarts. Belt ze op of ze “als persoon” langs mag komen. Snapte het niet, begreep pas later dat ze gewoon uit persoonlijke interesse en niet als huisarts langs wilde komen. Zo bijzonder. Heeft hier gewoon aan mijn bed gezeten. Zegt m’n huisarts bij vertrek: “Mag ik in je telefoon?” Snapte het weer niet, maar ze wilde me graag af en toe een appje kunnen sturen.’ Nelleke valt even stil, haalt adem. ‘Ik heb het daar nooit voor gedaan, maar ik krijg het goede wel terug. Ik ervaar het nu aan den lijve.’

Geklop op de deur, een vriendin staat met een aangelijnde hond in de deuropening. ‘Voor jou heb ik geen geheimen,’ zegt Nelleke, ‘kom er gewoon bij. We zijn wat aan het praten.’

‘Haast keuvelen,’ zeg ik, ‘intens keuvelen en gelukkig niet meer over de misselijkheid waar we mee begonnen.

Nelleke knikt instemmend.

‘Heb trouwens nog wel één vraag.’ Ik kijk naar Nelleke. Ze ziet m’n twijfel.

‘Ik zei toch dat ik voor haar geen geheimen heb.’

‘Toen je zei “dan hoeft het voor mij niet meer”, wat bedoel je daarmee?’

‘Euthanasie. Als ik het niet meer kan dragen, dan wil ik euthanasie.’ Nelleke zegt het zonder aarzelen. We tasten af of we hier hetzelfde mee bedoelen, wanneer dit zou gaan spelen en hoe het traject er in de praktijk eruit zou zien. Nelleke is goed op de hoogte. ‘Ik snap dondersgoed dat het niet zomaar geregeld is, zal je meenemen in mijn gedachten hierover en laten we duidelijk zijn, als het niet hoeft, liever niet.’

‘Dus op dit moment is het helemaal niet aan de orde?’ vraag ik voor de zekerheid.

‘Zoals het nu is niet, nee. Hier teken ik voor! Lekker keuvelen met vriendinnen.’

‘Fijn te horen. Dan loop ik weer verder. Kunnen jullie samen keuvelen. In levende lijve of per telefoon.’

Nelleke ziet m’n knipoog en lacht breeduit. ‘Ja, heerlijk keuvelen.’

Christiaan Rhodius, arts palliatieve geneeskunde, mei 2020

Laatste blogs

T-shirt. Valery zit op de bank in haar kamer. Ze nipt aan een cappuccino en eet een stukje toast. Ze is bijna 50 en verblijft nu al een week
Emmertje ‘Dat emmertje heeft het nodige te verduren gehad de afgelopen twee jaar,’ zegt Wil. ‘Dat kun je wel stellen,’ zegt Alexandra met een twinkeling in haar ogen. Haar
De hand Je hand reikt kordaat naar voren en grijpt de schuif groot. Precies zoals we hebben besproken. ‘Als het zelfs kan ik het zelf. Eindelijk weer iets actiefs

Nieuwsbrief

Aanmelden Nieuwsbrief

* Vereist
Welke nieuwsbrieven wilt u van ons ontvangen: